Handicap International helpt personen met een handicap hun onafhankelijkheid, waardigheid en rechten terug te winnen. Onze visie is van een wereld waarin alle vormen van handicaps kunnen worden voorkomen, opgevangen of geïntegreerd, en waarin de rechten van personen met een handicap gerespecteerd en toegepast worden. Volg de activiteiten van onze expats op het terrein.
Archief voor April, 2009
Operaties in Ijenda
Donderdag 30 april
In het ziekenhuis van Ijenda is momenteel een team van de Belgische organisatie Artsen zonder Vakantie aan de slag om operaties uit te voeren. Handicap International zorgde voor de selectie van de patiënten, de consultaties, het vervoer en alle andere praktische regelingen zodat het team op korte tijd zo veel mogelijk mensen kan helpen. Vandaag brengen we hen een bezoek.
Ijenda ligt hoog in de heuvels. Onderweg hebben we een schitterend uitzicht op de stad Bujumbura en het Tanganyka-meer.
Op de binnenplaats van het ziekenhuis komen we een bekende tegen. Chadrac, de jongen die afgelopen maandag met ons meereed tot in Bujumbura, komt met een brede glimlach naar ons toe. Hij is nu duidelijk meer op zijn gemak dan tijdens de autorit en blijkt zelfs een paar woordjes Frans te kunnen! Merci, zegt hij verschillende keren uit de grond van zijn hart. De jongen loopt overal met ons mee wanneer we de andere patiënten gaan bezoeken die wachten op een operatie. Chadrac is nog niet geopereerd. Hij moet eerst een kuur pillen nemen tegen zijn epilepsie-aanvallen, legt ziekenverzorgster Espérance uit. Ook haar hebben we al eerder ontmoet, in het ziekenhuis in Bujumbura waar ze de vrouwen begeleidde die geopereerd werden aan fistula. Deze keer hebben we tijd voor een uitgebreider gesprek met deze dame met een enorm groot hart. Espérance is een alleenstaande moeder uit Bujumbura die het grootste deel van haar tijd aan vrijwilligerswerk wijdt, onder andere voor Handicap International. ‘Ik zorg niet alleen voor de praktische begeleiding van de zieken, maar speel ook een belangrijke rol op psychologisch vlak’, legt ze uit. Ze troont ons mee naar twee meisjes die naast elkaar op een bankje zitten. Het ene meisje heeft een misvormd been, het ander mist een been. Rond de stomp zit een dik verband gewikkeld. ‘Belize (10) onderging gisteren een amputatie’, zegt Espérance. ‘Toen ze wakker werd uit narcose was ze erg boos. Waarom is mijn been weg?’Espérance heeft het meisje geduldig uitgelegd dat haar been ernstig misvormd was en dat ze later met een prothese veel beter zal kunnen lopen. Espérance herhaalt deze boodschap en het meisje staart haar met grote, ogen aan. ‘Zal ik écht op twee benen kunnen lopen?’, vraagt ze. De ziekenverzorgster stelt haar gerust. Het meisje naast haar op de bank volgt het gesprek aandachtig. Deze namiddag moet ook haar been geamputeerd worden… Door een jarenlang gebrek aan zorg is dit uiteindelijk vaak de enige oplossing.
Het team van Artsen zonder Vakantie, bestaande uit een chirurg, een verpleger en een anesthesist, krijgen we pas s’middags te zien wanneer ze even het operatiekwartier verlaten om een hapje te eten. Ze hebben de tijd dat ze hier zijn al flink kunnen doorwerken en vertellen dat ze erg tevreden zijn over de manier waarop Handicap International alles heeft georganiseerd. Dat is fijn om te horen. Volgens de planning zullen ze op twee weken tijd 50 orthopedische ingrepen uitvoeren, waaronder heel wat klompvoet-operaties.
Nog meer positieve indrukken
Woensdag 29 april
Vandaag staan er verschillende bezoeken aan verenigingen die Handicap International steunt, op het programma. In Buganda, op zo’n anderhalf uur rijden van Bujubura, gaan we langs bij een houtbewerkingsatelier. Tussen de houtkrullen, materiaal en half afgewerkte deuren, ramen en bedden, zijn verschillende mannen in de openlucht aan het werk. De meesten van hen hebben een handicap aan de onderste ledematen. Er wordt luidruchtig gelachen en gebabbeld. Dertien mensen met een handicap hebben een inkomen dankzij deze Association pour l’Auto-Développement des Personnes Handicapées de Buganda. De meubels, ramen, deuren, schoolbanken en ander houtwerk worden verkocht aan organisaties en particulieren. ‘Ik ben blij dat ik hier kan werken zodat ik ten minste mijn zeven kinderen te eten kan geven’, zegt Jonathan Bigirimana (35), die aan polio lijdt. ‘Vroeger, voor de oorlog, woonden we in de heuvels en leefden we van het stukje land dat mijn vrouw bewerkte. Maar we moesten vluchten voor de rebellen. We bezitten hier niet genoeg grond om rond te komen van de landbouw.’
Onderweg naar de volgende afspraak, passeren we een rietverkoper die in een driewieler aan de weg langs het Tanganykameer zit. We stoppen even voor een babbeltje. Mannasé vertelt dat hij anderhalf jaar geleden riet aan het kappen was in de Rusizi-rivier, aan de Congolese grens. Plots werd hij aangevallen door een nijlpaard. De man is blij dat hij het nog kan navertellen, ook al moet hij verder door het leven met een handicap.
Iets verderop stoppen we bij een openluchtrestaurant voor een brochette van geit met blokjes maniokpasta. Wanneer een van onze begeleiders zich druk maakt omdat de ‘veterinaire’ zo lang wegblijft, fronsen Dieter en ik even de wenkbrauwen. De ‘dierenarts’ blijkt de man te zijn die de brochettes maakt…
Onze volgende halte is een naai-atelier in de stad dat gerund wordt door dove mensen. Druk gesticulerend overleggen ze over het patroon voor een hemd. Mijn interview met een van de dove naaisters is een ware uitdaging op communicatiegebied. Ik stel mijn vraag in het Frans, waarop deze vertaald wordt in het Kirundi en vervolgens in gebarentaal, waarop het antwoord de omgekeerde weg volgt en ik in het Nederlands noteer… ‘Particulieren kunnen hier eender welk kledingstuk op maat laten maken’, zegt naaister Sidom Nduwimana (20). ‘Maar we hebben niet veel klanten. Omdat we doof zijn, kunnen we onze kleren moeilijk op de markt gaan verkopen. Mensen kampen bovendien met vooroordelen. Ze denken dat dove mensen niets kunnen.’
Jean-Bosco, een man die we tijdens ons bezoek aan het volgende project ontmoeten, is nochtans nog maar eens het levend bewijs dat mensen ondanks hun handicap tot geweldige prestaties in staat zijn. Een oogziekte, glaucoom, maakte de man langzaam blind. Zijn zicht is hij verloren, maar zijn strijdvaardigheid niet. Als voorzitter van de Association Nationale des Aveugles du Burundi (AAVEBU) doet Jean-Bosco er alles aan om de financiële en praktische middelen te vinden om blinde en slechtziende mensen vooruit te helpen in het leven. En alsof dat nog niet genoeg is, vangt hij thuis zes oorlogswezen op die samen met zijn drie kinderen opgroeien. Een van de verwezenlijkingen van de vereniging is een landbouwproject voor blinden en slechtzienden. Samen met valide mensen verbouwen zij groenten en fruit. De oogst wordt verdeeld onder de families van blinde mensen en allen die hebben meegeholpen. We kunnen met onze eigen ogen zien dat het systeem goed werkt: ziende mensen vertellen blinden en slechtzienden waar ze tussen de maniokplantjes moeten schoffelen. Handicap International zal de vereniging later dit jaar het materiaal bezorgen om tomatensaus, vruchtensap, deegwaren en maniokmeel te produceren en compost te maken. Wat niet door de gezinnen wordt geconsumeerd, zal verkocht worden om blinden en slechtzienden een extra inkomen te verschaffen.
Optimistisch gestemd door alles wat ik vandaag gezien heb, kom ik terug op het bureau aan. Daar confronteert programmadirecteur Caroline me echter meteen weer met de harde realiteit. Ze vertelt me dat ze vanmiddag in een hospitaal was waar verlamde mensen aan hun lot overgelaten worden. Sommigen liggen al twee jaar in een bed zonder dat er iemand naar hen omkijkt. Het team zal proberen om opvang te vinden voor deze mensen in een van de revalidatiecentra.
Bewonderenswaardige mensen
Dinsdag 28 april
Sinds gisterennamiddag zijn we terug in Bujumbura. Het Burundese sitting volleyball-team heeft ons uitgenodigd om vanochtend de training bij te wonen. Het spel is gebaseerd op volleybal voor validen, maar wordt gespeeld op een kleiner terrein met een lager net. Het team bestaat voornamelijk uit ex-militairen die tijdens de oorlog gewond raakten. De spelers zijn al volop aan het trainen voor het eerste sitting volleyball-tournooi van de regio van de Grote Meren dat in juli dit jaar in Kigali, Rwanda, zal plaatsvinden. Daar zullen ze het opnemen tegen de teams van Rwanda, Congo, Kenia, Oeganda en Tanzania. De winnaars worden gekwalificeerd voor de Wereldbeker in de VS in 2010. Er staat dus veel op het spel en de Burundezen zijn supergemotiveerd. Ik sta ervan versteld hoe snel de spelers zich op hun achterste over het veld verplaatsen. Hun shorts, verstevigd met mousse lappen, zijn tot op de draad versleten. ‘Handicap International helpt ons waar mogelijk, maar we hebben nog altijd een gebrek aan materiaal en financiële middelen’, vertelt coach Cassien Bizabigomba. Hij is zelf verlamd aan beide benen, maar is enorm energiek en zit boordevol toekomstplannen. ‘We hebben nu al ook een team voor vrouwen, maar ik wil nog meer sitting volleyball-ploegen opzetten. Ook in andere disciplines, zoals rolstoelbasket, zou ik de gehandicaptensport in Burundi willen uitbouwen’, zegt hij. ‘Via de sport kunnen we laten zien dat mensen met een handicap geen tweederangsburgers zijn. Het helpt ons ook om het harde dagelijkse bestaan even te vergeten.’
Even later maken we in de school St. Kizito kennis met nog meer bewonderenswaardige mensen met een handicap. Speciaal voor ons geven de ‘tambours’ en acrobaten van de school een voorstelling. Percussie maakt deel uit van het cultureel erfgoed van Burundi. Wat deze acrobaten met een handicap presteren, heb ik echter nog nooit gezien. Het merendeel van de Burundezen trouwens ook niet, maar daar komt stilaan verandering in. Zo traden de ‘tambours’ en acrobaten vorig jaar op tijdens de festiviteiten ter gelegenheid van de Internationale Dag voor Personen met een Handicap, waar ook veel hoogwaardigheidsbekleders zwaar onder de indruk waren van hun kunsten.
‘Heel wat ex-leerlingen van deze lagere school voor personen met een handicap hebben het al ver geschopt in het leven’, meldt de directeur, een polio-patiënt, trots. We gaan een kijkje nemen in de zesde klas, het laatste jaar voordat de studenten het toelatingsexamen voor het middelbaar afleggen. Wanneer we binnenkomen, veren de leerlingen recht en scanderen in koor ‘Bonjour madame, bonjour monsieur!’. Wat een discipline! De lessen gaan door in het Frans; alleen de taallessen zijn in het Kirundi. Vandaag leren de leerlingen hoe ze een handeltje moeten runnen: prijsberekeningen, basiskennis van boekhouden… Als ze niet slagen voor het toegangsexamen, kunnen ze dankzij deze kennis nog altijd een winkeltje beginnen. Sonja, een verlegen meisje van 15 dat een been kwijtraakte na een verkeersongeval, heeft andere plannen: ze wil arts worden om andere mensen met een handicap te kunnen helpen. En ze is niet de enige. In het revalidatiecentrum dat bij de school hoort, geeft kinesist Leon advies aan een jongen die met één been leert fietsen. De 40-jarige man lijdt aan polio en is een ex-leerling van de school. ‘De verpleegkundigen hier hebben me helemaal weer op de been gekregen. Toen dacht ik meteen: dat wil ik later ook doen’, vertelt hij. Dankzij kinesitherapie en een orthese kan hij nu vlot lopen en is zijn handicap nog nauwelijks zichtbaar. ‘Ik moedig de kinderen aan om goed hun best te doen op school. Kijk naar mij. Ondanks mijn handicap ben ik verpleger geworden. Via Handicap International kreeg ik een bijkomende opleiding kinesitherapie. Het doet deugd als je een kind hier op handen en voeten ziet toekomen en je zijn mobiliteit sterk kunt verbeteren.’ Leon heeft heel wat zien veranderen in het revalidatiecentrum sinds Handicap International te hulp schiet. ‘Vroeger konden we moeilijk aan materiaal geraken om hulpmiddelen te vervaardigen. Nu kunnen we veel meer kinderen helpen’, zegt hij.
Gitega
Het revalidatiecentrum van Gitega omvat zowel een hospitaal als een atelier waar hulpmiddelen worden vervaardigd. Handicap International financiert de behandeling van verschillende patiënten hier, die anders levenslang gehandicapt zouden blijven. De kleine Martin valt me meteen op. Hij zit aan een tafeltje tussen de andere kinderen en kijkt vinnig om zich heen. Het jongetje lijdt aan een aangeboren aandoening waardoor zijn spieren erg zwak zijn. Toen hij hier een jaar geleden aankwam, kon hij niet staan of zitten. Nu, na een jaar intense behandelingen, kan hij al een hele afstand afleggen met een rollator. Dieter wil de jongen fotograferen, maar alle heisa rond zijn persoontje wordt hem teveel en hij zet het op een huilen. We laten hem een tijdje met rust en even later doet een snoepje wonderen. Trots demonstreert Martin zijn pasverworven stapkunsten. Volgens de kinesitherapeut, Anicet, zal hij over een half jaar weer zelfstandig kunnen bewegen.

Chadrac heeft de bus gemist en rijdt met ons mee.
Buiten op het grasveld zit een jongen verloren om zich heen te kijken, met twee plastic zakken naast zich. Hij is zwaar verbrand aan zijn arm en in zijn gezicht. Caroline herkent hem van de consultaties gisteren. Hij staat op de lijst om geopereerd te worden in Ijenda. Khaled, onze chauffeur, vraagt de papa van de jongen waarom hij niet op de bus zit die vanochtend alle kinderen die geopereerd moeten worden naar Ijenda heeft gebracht. Hij legt uit dat hij vanwege de regen, die de wegen in modderpoelen veranderde, niet op tijd in het centrum kon geraken. We besluiten om de jongen samen met zijn broer als begeleider mee te nemen naar Bujumbura, waar we ze op de bus zullen zetten naar Ijenda. Een geluk dat Caroline de jongen herkende, anders zou hij de afspraak voor de operatie gemist hebben en zou hij wellicht veel later of zelfs nooit meer een operatie hebben kunnen ondergaan. De veertienjarige jongen, Chadrac, lijdt aan epilepsie en tijdens een van de aanvallen is hij een jaar geleden thuis in het kookvuur getuimeld. De brandwonden werden niet goed opgevolgd, waardoor hij zijn arm niet meer kan strekken. Een operatie zou dit moeten verhelpen. We nemen de jongens mee naar het huis van Handicap International waar ze hun buikje rond eten. Wat voor een vreemde belevenis moet dit voor deze jongens zijn. Wellicht hebben ze nog nooit in een auto gezeten. Nu gaan ze met mensen die een vreemde taal spreken op weg naar het ziekenhuis en zien ze hun familie pas over een paar weken terug…
Voordat we naar Bujumbura vertrekken, gaan we nog even langs bij een centrum in voor dove kinderen in Gitega. Wanneer we uit de auto stappen, worden we bestormd door een horde kinderen die ons aantikken om ons een hand of een knuffel te geven. Hier verblijven 276 kinderen, terwijl er maar plaats is voor 150. De paasvakantie is net afgelopen en druk gesticulerend vertellen ze elkaar in gebarentaal wat ze allemaal hebben gedaan. Zo vertelt Richard, een negentienjarige jongen, dat hij pinda’s verkocht heeft in zijn dorp om het vervoer naar het centrum en een deel van zijn schoolgeld te kunnen betalen. In het centrum leert hij houtbewerking en hij zou hier later ook graag zijn beroep van maken, geeft hij ons nog mee. En of we voor een nieuwe keuken kunnen zorgen omdat de oude versleten is en aan de andere kant van het centrum ligt zodat ze telkens door de regen moeten met hun eten?
Opvallend bezoek
Deze voormiddag reden we tot bijna aan de grens met Tanzania om nog twee families met kinderen met een handicap te bezoeken. In deze streek wonen veel Burundezen die jarenlang in de vluchtelingenkampen over de grens woonden. Tijdens de oorlog werden hier hele dorpen verwoest, dat zie je nog steeds aan de verlaten huizen. Wanneer we aankomen bij het huis waar Steven woont, de jongen met een handicap die we willen bezoeken, staat een hele menigte ons op te wachten. We zien kinderen met een hazelip, een baby’tje met klompvoeten, jongeren met misvormde benen en vergroeiingen… Deze mensen zijn van heinde en verre te voet hierheen gekomen omdat ze gehoord hadden dat Handicap International op bezoek komt. We voelen ons gegeneerd omdat we enkel komen om Steven te fotograferen en te interviewen en vrezen dat onze aanwezigheid deze mensen valse hoop geeft. We vragen onze begeleider dan ook om deze mensen uit te leggen dat we niet zijn gekomen om hun kinderen te genezen. Toch zijn ze niet voor niets gekomen. De begeleider van Handicap International noteert de namen en adressen van de kinderen om ze op de lijst voor hulp te zetten. Blijkt dat dit kinderen met een handicap zijn die de organisatie ondanks haar grondige speurwerk nog niet had kunnen detecteren. Nu de mensen horen over het werk dat de organisatie doet, durven ze pas hun kinderen met een handicap uit hun huis te halen en hulp te zoeken, zo wordt ons verteld.

De rolstoel van Steven is stuk en er zijn geen vervangstukken te vinden. © Dieter Telemans
Steven is een vrolijke jongen. Hij laat zich gewillig fotograferen terwijl hij demonstreert hoe hij zich op handen en knieën verplaatst. Zijn ouders zijn gestorven in het vluchtelingenkamp in Tanzania en hij woont nu bij zijn stiefbroer. Die is echter net getrouwd en de begeleiders vrezen dat hij Steven op straat zal zetten wanneer hij een eigen gezin sticht. Het lapje grond dat de stiefbroer van de familie geërfd heeft is erg klein… De stiefbroer haalt een rolstoel uit het huisje, maar er mankeert een wiel aan. Dat is al drie maanden zo, vertelt hij, maar hij heeft geen vervangstukken om de rolstoel te repareren. Later vertelt Zéphyrin, de directeur van het programma in Ruyigi, dat deze niet verkrijgbaar zijn in Burundi. Voorlopig behelpt Steven zich door zich als een krab voort te bewegen. Hij zit graag aan de kant van de weg om naar de mensen te kijken die passeren.
Op het volgende adres dat we aandoen, woont een kroostrijke familie met twee gehandicapte meisjes. Het jongste is vijftien, maar is amper groter dan een tweejarige. Ze zit in elkaar gedoken en vertoont geen enkele reactie. Haar zus is twintig en kan een paar wankele passen lopen, maar heeft ook een mentale handicap. Haar beide benen zijn zwaar verbrand. Te dicht bij het vuur gelopen. ‘Toen we hier voor het eerst kwamen, zei de moeder dat het de moeite niet waard was om voor “de vleermuis”, zoals ze haar jongste dochter noemde, te zorgen’, vertelt begeleidster Hortence me. ‘Ze zou toch niet lang meer leven.’ De mensen van Handicap International overtuigden de moeder om het meisje toch te verzorgen en eten te geven. Het is in mijn ogen een wonder dat ze al zo oud geworden is. De situatie is op korte tijd al duidelijk verbeterd. Beide meisjes zijn gekleed en de ouders bekommeren zich om hen. Ze zijn naar het gezondheidscentrum geweest om medicijnen te halen. Wanneer we weer naar de auto lopen, zien we dat ook hier heel wat mensen met een handicap uit de omgeving zijn komen opdagen.

Onderweg, in de buurt van de Tanzaniaanse grens.
In de late namiddag zetten we koers naar Gitega, een stadje op anderhalf uur rijden van Ruyigi. In het huis van Handicap International ginds, treffen we programmadirecteur Caroline die vandaag de consultaties heeft bijgewoond voor de kinderen die morgen naar het ziekenhuis in Ijenda zullen vertrekken om geopereerd te worden door de Belgische organisatie Artsen zonder Vakantie. We sluiten de dag af met een lekkere brochette van geitenvlees. De frieten die we erbij krijgen, zijn zeker even lekker als in België – zou het feit dat Burundi een ex-kolonie is, daar voor iets tussenzitten?
Hoop en ellende
Vandaag zijn we de hele dag op pad geweest om rond de stad en in de heuvels families te gaan bezoeken. Het eerste jongetje dat we gaan fotograferen en interviewen, steelt meteen mijn hart. Gervais is een guitig ventje van negen. Zijn twee beentjes zijn geamputeerd, maar dat belet hem niet om zich vliegensvlug op zijn stompen te verplaatsen.
Vorig jaar kreeg hij een speciale driewieler van Handicap International. Hij neemt een aanloop en laat ons zien hoe hij behendig de fiets opspringt en deze met zijn handen voortbeweegt. Dankzij zijn driewieler kan Gervais nu naar school en mee op pad met zijn vriendjes. Zijn moeder vertelt dat de jongen helemaal opengebloeid is. Dat is ook duidelijk aan hem te zien. Hij straalt. Wat een contrast met het volgende gezin dat we bezoeken!

Jacques en zijn driewieler.
Jacques (14) woont met zijn moeder en zijn kleinere broer en zusje in een huis dat door UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, gebouwd werd. Zowel de moeder als de kinderen groeiden op in de kampen in Tanzania, op de vlucht voor het etnische geweld in Burundi. De vader, grootouders en de rest van de familie aan moederszijde, stierven in het kamp. Het gezin kwam hier terecht in het kader van een terugkeerprogramma. Jacques lijdt vermoedelijk aan polio en ging op handen en knieën door het leven tot hij een driewieler kreeg van Handicap International. Zijn moeder is ernstig ziek en kan nog moeilijk lopen. Ze laat haar knieën zien die helemaal opgezwollen zijn. Het gezin heeft geen enkele bron van inkomsten. De moeder is totaal lusteloos, heeft geen hoop of energie meer. De situatie grijpt me aan. Dit gezin heeft dringend eten en medische verzorging nodig! Begeleidster Rufine vertelt me dat ze van plan zijn om hen een stel kippen of een geit te geven en dat ze de moeder in contact willen brengen met lotgenoten om haar mentaal op de krikken.
Veel tijd om hier verder over na te denken is er niet. We worden verwacht in het parochiecentrum van Ruyigi waar een andere groep vrijwilligers die de mensen met een handicap begeleiden, ons willen ontmoeten. Dieter en ik worden aan een tafeltje vooraan in de zaal gezet en zowel wij als enkele begeleiders houden een toespraakje. Na de traditionele bedankingen, uiten ze hun bezorgdheid over het feit dat er nog veel vrouwen met fistula in hun parochie wonen die een operatie zouden moeten ondergaan en wijzen ze op het probleem van de vele epilepsie-lijders. Aan de kerk maakt Dieter een groepsportret van de vrijwilligers. Trots poseren ze met hun aktentasje dat ze van Handicap International gekregen hebben.
Op weg naar Ruyigi
We verlaten de stad en rijden de heuvels in. Onderweg zien we fietsers die aanhaken aan vrachtwagens die hen de berg optrekken. Nadien sjezen ze aan een rotvaart de helling af. Levensgevaarlijk.
Plots valt me een monument op langs de kant van de weg. Er staat op te lezen ‘Plus jamais ça (dat nooit meer)’. Ik vraag de chauffeur om even te stoppen. Het monument werd opgetrokken ter nagedachtenis van de tientallen scholieren van Tutsi-origine die in oktober 1993, aan het begin van het conflict, in een benzinestation werden opgesloten en levend verbrand. Ik loop rond tussen de ruïnes en denk aan de gruwel zich hier heeft afgespeeld. Onvoorstelbaar.
Net voor Ruyigi laten we Serafine, een van de vrouwen die geopereerd werd aan fistula, achter aan de weg. Ze zal van daaruit naar haar huis lopen. De 29-jarige vrouw vertelde me dat ze haar eerste kind verloor tijdens de bevalling waarbij ze fistels opliep. Zonder kind en met fistula durfde ze niet terug naar haar man. Gelukkig werd ze opgevangen door haar ouders. Haar man heeft ondertussen al een andere vrouw. ‘Ik hoop toch opnieuw te kunnen trouwen en minstens één kindje te krijgen’,zegt ze. Vrolijk zwaait Serafine ons na. Ik hoop het beste voor haar.

Joggen is een verplichte activiteit op vrijdag.
Aangekomen in Ruyigi springen we meteen na de lunch de auto weer in. Er wacht ons een druk programma. We gaan de families bezoeken met één of meer kinderen met een handicap die door Handicap International geselecteerd werden om geholpen te worden. Het programma voor gemeenschapsgerichte revalidatie is nog maar een paar maanden geleden van start gegaan. We rijden over wegen vol putten de heuvels in. Het landschap is schitterend. Onderweg passeren we verschillende groepen joggers, een verplichte nationale sportactiviteit op vrijdag. Onze eerste halte is een dorpje dat op een grote heuvel ligt. Bij de grote kerk staan tientallen mensen ons al op te wachten. Het zijn de vrijwilligers die de families begeleiden. Even een foto, iedereen de hand schudden en we moeten alweer op weg naar onze volgende afspraak. De hele namiddag bezoeken we verschillende families.
Begeleidster Rufine is over het algemeen tevreden over de vooruitgang die op korte tijd geboekt werd. Kinderen met een handicap die bij haar eerste bezoek verwaarloosd en soms naakt in een hoekje lagen, treffen we nu frisgewassen en in propere kleren aan. Bij elk bezoek worden de vorderingen en aanbevelingen van de begeleiders in een speciaal schrift genoteerd dat door de families zorgvuldig bewaard wordt. De huisjes waarin deze mensen wonen, bestaan uit niet meer dan een stal voor de dieren vooraan, een of twee slaapkamers en een ruimte om te koken. Behalve een primitief bed, zijn er geen meubels. De meeste mensen leven van de opbrengst van hun lapje grond. Geld voor medische zorgen of medicijnen is er doorgaans niet. Alle hulp is hier zeer welkom, dat is duidelijk.
Op de terugweg gaan we nog even langs het opvangcentrum voor albinokinderen. Fotograaf Dieter, die eerder een reeks maakte over albino’s in Tanzania, wil er graag wat beelden schieten, maar we krijgen geen toestemming. Meer dan een snapshot aan de toegangspoort zit er niet in. Sinds er enkele weken geleden een bende is opgepakt die albino’s vermoordde vanwege het bijgeloof dat hun ledematen bepaalde krachten bezitten, worden de kinderen erg afgeschermd.
Aankomst in Burundi
We hadden gisterenavond amper voet gezet op Burundese bodem of we werden al verwacht op een verwelkomingsfeestje bij programmadirecteur Caroline, een Française die al in verschillende Afrikaanse landen woonde en werkte. Het werd een gezellige avond, samen met de andere expats van Handicap International.
Vanochtend maakten we op het kantoor in Bujumbura kennis met de rest van het team. Ze vertelden ons alles over hun werk en de situatie van mensen met een handicap in Burundi. Die ziet er niet bepaald rooskleurig uit. Kinderen met een handicap worden vaak in huis verstopt en verwaarloosd. Het heersende bijgeloof vormt een extra gevaar voor hen. Zo doet het verhaal de ronde dat mensen met een mentale handicap verkrachten geluk brengt… Het is ons meteen duidelijk dat er in dit land, waar nog maar net een prille vrede heerst na een jarenlang conflict, nog heel wat werk aan de winkel is.
We vatten meteen de koe bij de horens en gaan naar het ziekenhuis in de stad waar vrouwen, dankzij de financiële en logistieke hulp van Handicap International, door de Franse organisatie Gynécologie sans Frontières geopereerd werden aan fistula. Dit is een bevallingsletsel dat onvoldoende verzorgd werd. Gewoonlijk wordt dit veroorzaakt door verschillende dagen van arbeid met obstructie zonder tijdige medische hulp -zoals een keizersnede- om de druk te verlichten. De gevolgen zijn dramatisch: het baby’tje sterft meestal en de vrouwen worden chronisch incontinent. Vaak worden deze vrouwen door hun man in de steek gelaten en uitgestoten door hun familie en gemeenschap. De teams van Handicap International gingen de dorpen langs om vrouwen met fistula op te sporen. ‘Bij navraag kende iedereen wel een vrouw die lijdt aan wat zij ‘de lekkende ziekte’ noemen‘, vertelt ziekenverzorgster Espérance die de vrouwen opspoorde en begeleidt. Enkel een operatie kan het probleem verhelpen. Het betekent een wereld van verschil voor de vrouwen. De afgelopen weken werden in dit ziekenhuis twintig vrouwen geopereerd. We lopen de bedden langs en horen het ene tragische verhaal na het andere. Sommige vrouwen liepen al jarenlang met het probleem rond. De benen van een oudere vrouw hebben brandwonden door de bijtende urine die continu naar beneden lekte. Sommigen hebben ondanks de fistula nadien nog een baby gekregen. De kleinsten kwamen mee naar het ziekenhuis en liggen aan de borst van hun mama te drinken.

Adèle (50- midden) leefde 15 jaar lang met fistula. Ze is dolblij dat ze geopereerd is en weer een normaal sociaal leven zal kunnen opbouwen. © Dieter Telemans
Buiten zien we vier vrouwen toekomen met hun bagage. Ze hebben gehoord dat er hier operaties uitgevoerd worden en willen ook geholpen worden. ‘Dagelijks komen hier zo tientallen vrouwen toe‘, zucht Espérance. ‘We hebben momenteel noch de financiële middelen, noch de nodige experts om nog meer operaties uit te voeren. We noteren hun gegevens en hopen dat we ze later kunnen voorthelpen…’
Drie dames die de operatie al achter de rug hebben, mogen morgen naar huis. We spreken af dat ze met ons zullen meerijden naar Ruyigi, de provincie waar ze wonen. Ze zijn erg blij dat ze na de operatie de draad van hun leven weer kunnen oppakken, maar zijn tegelijkertijd ook bezorgd over wat ze zullen aantreffen. Zal hun man hen terug in huis nemen of zullen ze een nieuwe echtgenoot kunnen vinden?
De psychologische impact van de aardbeving blijft groot
Ik ben nu bijna aan het einde van mijn verblijf in China en begeef me in een van de laatste dagen naar een ruraal gebied dat zwaar getroffen werd door de aardbeving. We gaan nu mensen bezoeken die niet in tijdelijke kampen verbleven maar in tenten en zelfgemaakte schuilplaatsen leven in afwachting van de voltooiing van hun huis (dat wordt heropgebouwd met de steun van de regering in zekere mate). De avond daarvoor had ik kennis gemaakt met een lokaal alcoholisch brouwsel dat mij nog even nazit ’s morgens (er werd me duidelijk gezegd dat het weigeren van het proeven van een slokje, aangeboden door de hospitaaldirecteur nog wel), onbeleefd overkomt - dus “beleefd blijven” was de boodschap). Ik heb echter niet veel “ontnuchtering” nodig wanneer we aankomen in de dorpen waar elk huisje aangetast werd door de aardbeving. De meeste bewoners leven naast hun vernield huis (in heropbouw) en het lijkt of het hele gebied platgelegd werd en de mensen nog altijd in de krotten wonen.
We bezoeken een oude dame rond de 80 jaar. Toen de aardbeving begon zat ze nog in haar woning en kon niet goed uit haar voeten door haar leeftijd: ze bleef onder het puin en moest er zowat ”vanonderuit” geamputeerd worden …

Die amputatie was de enige manier om haar levend vanonder het puin te halen. Wanneer de medewerkers van Handicap International haar ondervragen klaagt ze niet al te veel over haar amputatie, ze ziet er meer naar uit om weer in een normale woning te verblijven met haar familie. Het is een kranige oude dame die nog altijd iets verwacht van het leven ( ze wil nog stappen, ze wil een eindje wandelen in haar straat, ze wil een waardige oude dag…). Die 12 mei 2008 zit nog altijd in haar hoofd, alsof het gisteren gebeurd is. Haar rolstoel en materiaal word nog wat bijgesteld, maar het gesprek met de medewerkers doet haar meer goed, ze heeft veel te vertellen en voelt dat we haar meer begrijpen dan haar omgeving die het allemaal al gehoord hebben van haar, keer op keer.
We nemen de auto terug naar het hospitaal in ZhunDao. Ik begin nu wel echt in te zien wat die vernieling heeft veroorzaakt bij de mensen, de materiele schade is zichtbaar , maar de psychologische schade en de verwerking van zulk evenement blijft nog altijd nazinderen in de hoofden van velen, tien maanden daarna. En die schade blijft onzichtbaar.
Ik neem afscheid van de fantastische medewerkers met wie ik heb kunnen samenwerken de laatste dagen. We nemen nog enkele technische punten door met vooral de nadruk te leggen op het feit dat het revalidatieproces van de slachtoffers zich nu meer moet toespitsen op de toegankelijkheid van hun woonsten en de sociale and psychologische bijstand om het trauma te verwerken.. of het nu zichtbaar of onzichtbaar is …
Er wacht me een lange reis terug naar Vietnam - Hanoi. Mijn verwachtingen om enkele mensen terug te zien na tien maanden werden ingevuld. Voor sommigen (en vooral eentje dan) heb ik de stem nog niet kunnen horen. Ik ga dus zeker nog eens terug in de nabije toekomst!
De moed van Wanglin
Op 12 mei 2008, begon de dag voor Wanglin net zoals alle anderen. Ze was 17 en bereidde zich voor om haar hoger secundair onderwijs af te maken. Deze plannen warden haar abrupt ontnomen toen haar school in Beichuan instortte en ze vanonder het puin werd gehaald, zoekend en snakken naar adem en lucht. Ze had het geluk een van de eerste slachtoffers te zijn die in het eerste uur na een ongeval op een traumatologische dienst belandden en konden beademd worden.
Ze werd overgebracht naar het China Western Hospital in Chengdu om verdere behandeling te krijgen voor haar nekwervels om te zien of de verlamming die ze had nog kon voorkomen worden. Het baatte niets, de diagnose zag er niet goed uit en ze zou beademing nodig hebben voor de rest van haar leven, met weinig kans om meer te kunnen bewegen dan de spieren van haar gezicht, nek en schouders.
Toen Handicap International begon te werken in de dagen na de aardbeving van 12 mei, werd Wanglin aan ons voorgesteld. Samen met mijn collega Didier zijn we begonnen met haar ledematen te mobiliseren en ervoor te zorgen dat ze haar tractiesysteem zo goed mogelijk kan verdragen. Dit systeem houdt de nek recht dankzij een gewicht dat vast zit aan een koepel die in de schedel wordt geschroefd. Ze zat ook op kunstmatige beademing en kon alleen maar spreken met haar ogen …. en de tranen die er uit vloeiden.
Na drie weken behandeling werd het zeer duidelijk dat ze die beademing nog lang zou nodig hebben en dat haar nekwervels nog lang moesten gerekt worden om de uitval van haar beademings zenuwen te voorkomen. De dokters en staf in het hospitaal waren overspoeld met zulke gevallen, de meesten haalden het niet.

Wanglin had een overlevingswil die velen toen niet konden hebben. Er werd me verteld dat ze nu op een andere afdeling ligt in hetzelfde ziekenhuis. Ik heb een afspraak met haar behandelende artsen die me uitleg geven rond haar situatie. Haar vader en zuster hadden de ramp overleefd en die zorgen nu voor haar om haar bij te staan. Het probleem ligt nu meer in hoeverre ze nog moet beademd worden, hoe ze een rolstoel kan gebruiken en eventueel haar mond, kin en nek bewegingen kan omzetten in het besturen van gereedschap zoals een stick om boeken om te bladeren, een klavier te gebruiken om te kunnen communiceren. Het goede nieuws is dat ze een speciale rolstoel kan krijgen. Ik werd gevraagd of het mogelijk was om te zien welke bewegingen ze kan doen die nuttig kunnen zijn voor zulke apparatuur.
Het weerzien is hartelijk! Ze verwelkomt ons met een brede glimlach die we gewoon van haar waren. Na tien maanden kan ze rechtop zitten en heeft ze ondertussen veel zelf geoefend om een stick te plaatsen in haar mond en die te bewegen over een klavier dat ze nu kan gebruiken. We doen enkele testen en het blijkt dat ze het klavier tamelijk goed kan gebruiken. Ze kan ook beter praten en is zeer alert voor alles rondom haar heen! Dat half uurtje heeft zeer goed aangevoeld na die laatste keer verleden jaar.
Nadat we afscheid van mekaar nemen, hebben we nog een klein gesprek met haar verzorgers. Iedereen zat er een beetje onder de indruk bij (vooral degenen die zelf ook een dochter van 18 jaar hebben). Het blijkt dat haar toekomst nog altijd onzeker is daar er een plaats moet gevonden worden om haar naar een woonplaats te laten gaan en de verzorgers wisten nog altijd niet goed hoe dat zal moeten gebeuren. Haar familie wacht nog altijd op een huis om haar te kunnen opvangen. Dit kan alleen maar indien ze niet meer constant beademd moet worden.
Deze aardbeving heeft veel verwoest die dag, haar wilskracht is zeer sterk geweest en ze is een soort symbool geworden voor velen die toen nooit zouden gedacht hebben dat we vandaag allemaal bij haar staan.
Er zijn soms personen en belevingen die een kras op je ziel kunnen achterlaten …


